EEN JAGERSVERHAAL
We zitten weer in de tijd dat de midwinter in aantocht is een tijd dat vroeger, rondom het vuur gezeten verhalen werden verteld. 't Is de tijd dat we onze jagers weer zien lopen met het geweer in de aanslag. Daarom wil ik enige tegenstellingen brengen over deze misschien onbekende jagers, het wild en alles wat tot deze edele sport behoort. We kunnen er namelijk niet omheen, bij de jacht heb je voor- en tegenstanders.

Dat wil zeggen de jagers zijn voor... de hazen en konijnen zijn tegen, op een paar beunhazen na, maar die blijven toch altijd buiten schot. Als 's avonds de jacht wordt afgeblazen, wordt eerst het geschoten wild geteld en daarna de drijvers. Ieder schot is immers geen haas? Aangeschoten wild komt gelukkig niet al te vaak voor, aangeschoten jagers wel, die leggen te vaak aan. Als een jager gaat schieten is zijn geweer enkelloops of dubbelloops. De jachthond is enkel loops als de tijd er rijp voor is. Een heel voornaam ding is het veertje op de hoed. De jager kan dan zien uit welke hoek de wind waait.

't Is dus een zogenaamde windveer. Soms lopen er jagers bij die een complete jachthut voor de kop hebben. De jager kent verschillende soorten jachtpatronen; grove hagel, maar ook fijne hagel. De jachtpatroon die katholieken gebruiken is Sint Hubertus. We kennen vier verschillende soorten jagers: Broodjagers, dat zijn warme bakkers met een jachtakte, Rokkenjagers, dat zijn hete bakkers zonder jachtakte, Zondagsjagers, dat zijn bakkers die door de week geen tijd hebben en Straaljagers, dat zijn geen bakkers. Een jager met een slecht oog kan rustig schieten, want hij hoeft geen oog meer dicht te knijpen.

Een jager met twee slechte ogen mag ze allebei wel dichtknijpen, hij schiet toch niets. Jagers die met een hond jagen, lopen met een fluit, jagers zonder hond ook! Als een jager zichzelf eerder kan ruiken dan het wild (en dat kan) dan staat de wind verkeerd. Het kenmerk van een haas is, dat hij loopt en van een konijn dat hij huppelt. Een dame die loopt in een bontjas van een van deze twee, die tippelt.

Als een jager zijn verhalen verteld, dan doet hij dit vaak in zijn eigen taal, het zogenaamde jagerslatijn. Dit is geen voertaal, maar een bravoertaal.
bron: onbekend

Jacht ambacht
je moet er voor openstaan

JachtSchool

Hubertus DenkTank
Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
Alle rechten van afbeeldingen en teksten zijn voorbehouden aan hun rechtmatige eigenaar